|
AUGUSTUS
|
Titel van alle Romeinse keizers sinds de eerste, die zelfs dit woord als zijn eigen naam gebruikte; betekenis: "de verhevene".
|
|
CAESAR
|
Romeinse persoonsnamen bestonden uit drie delen: de eigen naam (zoals bij ons "Piet"), de stamnaam en de familienaam. De man die wij altijd "Caesar"noemen, heette eigenlijk Caius Julius Caesar. Omdat hij voor de Romeinse geschiedenis na 45 voor Christus zo ontzaglijk belangrijk is geweest, werd zijn familienaam een vaste titel van alle Romeinse keizers. Ook het woord "keizer" is een afgeleide van die naam.
|
|
CENSOR
|
Toezichthouder op de maatschappij
|
|
COS
|
Consul. De oude benaming van het jaarlijkse koppel staatshoofden van Rome. Dit ambt was onder de keizers niet afgeschaft, maar werd als een soort ridderorde toegekend aan verdienstelijke lieden. Vaak nam de keizer de titel zelf en vermeldde er dan achter hoe vaak hij al consul geweest was.
|
|
DIVA
|
Vergoddelijkt
|
|
FECUNDITAS
|
Vruchtbaarheid
|
|
FELIX
|
Gelukkig
|
|
IMPERATOR
|
Opperbevelhebber van het leger. Deze functie en bijbehorende titel was voorbehouden aan de keizer en op vrijwel iedere munt werd de gebruiker hieraan herinnerd.
|
|
LAETITIA
|
Blijdschap
|
|
PATER PATRIAE
|
Vader des Vaderlands. Titel die de keizer kon aannemen. Ze deden dat niet allemaal.
|
|
PERPETUUS
|
Voor het leven
|
|
PIUS
|
Trouw en dienstbaar
|
|
PONTIFEX MAXIMUS
|
Opperpriester die het hele, zeer uitvoerige en belangrijke, Romeinse godsdienstwezen organiseerde en controleerde. Vanaf keizer Augustus is deze functie voorbehouden aan de keizer.
|
|
PRINCIPI
|
Princeps, keizer
|
|
SC (SENATO CONSULTO)
|
Ingevolge Senaatsbesluit
|
|
SPQR
|
Senatus Populus Quiritus Romanorum: Senaat, Volk en Burgers van Rome
|
|
TRIBUNUS PLEBIS
|
Oorspronkelijk een ambtenaar die per wijk (tribus) de belangen behartigde van het gewone volk van Rome (het plebs). Sinds keizer Augustus nam iedere keizer die functie waar voor het hele rijk en vermeldde dat vaak op de munten.
|
|
VICTORIA
|
Overwinning
|